Alles stroomt

ACTUALITEIT

Deze pagina gebruik ik om de aandacht te vestigen en commentaar te leveren op ontwikkelingen die te maken hebben met zeggenschap van cliënten.

Verder geef ik op deze pagina informatie die te maken heeft met het functioneren van de cliëntenraad.

Kies links in de tijdlijn met de + tekens het tijdperk van uw interesse en de artikelen die u wilt lezen.

 

Leest de vergelijking van de wetteksten wat lastig? Klik dan hier voor een PDFbestand ervan!

 

ZOEK DE VERSCHILLEN

Nieuwe wetgeving op komst?

Vlák voor de Kerst heeft de regering het wetsvoorstel WMCZ 2018 bij de Tweede Kamer ingediend.

Hieronder de tekst van de "oude" Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen in de linkerkolom.

In de rechterkolom de tekst van de nieuwe.

Bekijk alvast eens de verschillen. 

 Ik kom er ongetwijfeld nog op terug!

 

artikel

Huidig

artikel

Nieuw

 

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

 

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

 Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is wettelijke regels te stellen ter bevordering van de medezeggenschap van de cliënten van uit collectieve middelen gefinancierde instellingen op het terrein van de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

 

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

 Alzo, Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de medezeggenschap van cliënten in zorginstellingen te versterken en daartoe een nieuwe Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen vast te stellen;

 Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

1

1.            In deze wet wordt verstaan onder:

 

d.            cliënt: een natuurlijk persoon ten behoeve van wie de instelling werkzaam is.

 

a.             Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

 

 

 

 

b.            instelling:

1°.           een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen;

2°.           elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin gezondheidszorg wordt verleend en dat wordt gefinancierd:

a.    door het Zorginstituut Nederland op grond van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg;

b.    door Onze Minister op grond van Kaderwet VWS-subsidies;

3°.  elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin verslavingszorg wordt verleend en dat wordt gefinancierd door Onze Minister, een gemeente of een provincie;

 

c. zorgaanbieder:

1°.           een rechtspersoon of natuurlijke persoon, die een instelling in stand houdt;

2°.           de rechtspersonen of natuurlijke personen, die gezamenlijk een instelling in stand houden;

1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. cliënt: een natuurlijke persoon ten behoeve van wie een instelling werkzaam is;

 

e. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

 

b. commissie van vertrouwenslieden: een commissie als bedoeld in artikel 13;

 

c. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

d. medezeggenschapsregeling: een regeling als bedoeld in artikel 3;

f. zorg: zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

1

Bij ministeriële regeling kunnen in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredende organisatorische verbanden waarin gezondheidszorg wordt verleend en die, anders dan op grond van een wettelijke bekostigingsregeling door Onze Minister worden gefinancierd, worden aangemerkt als instelling in de zin van deze wet.

1

2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke vormen van zorg of categorieën van instellingen, gezien de wijze waarop de zorg wordt verleend, het doel van de zorg of de relatie tussen de cliënt en de instelling, deze wet niet van toepassing is.

 

1

Deze wet is niet van toepassing op justitiële inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 90 quinquies, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk II Inspraak

 

 

2

1. De instelling waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven, stelt haar cliënten en hun vertegenwoordigers in de gelegenheid inspraak uit te oefenen in aangelegenheden die direct van invloed zijn op het dagelijks leven van de cliënten.

 

 

 

2. De instelling informeert de desbetreffende cliënten alsmede hun vertegenwoordigers over hetgeen zij heeft gedaan met de resultaten van de inspraak.

 

Hoofdstuk II cliëntenraden

 

Hoofdstuk III Cliëntenraden

2

1.            De zorgaanbieder stelt voor elke door hem in stand gehouden instelling een cliëntenraad in, die binnen het kader van de doelstellingen van de instelling in het bijzonder de gemeenschappelijke belangen van de cliënten behartigt.

3

1. De instelling waarbij in de regel meer dan tien natuurlijke personen zorg verlenen, stelt een cliëntenraad in die binnen het kader van de doelstellingen van de instelling in het bijzonder de gemeenschappelijke belangen van de betrokken cliënten behartigt.

 

2

2.            De zorgaanbieder regelt schriftelijk:

 

 

 

 het aantal leden van de cliëntenraad,

de wijze van benoeming,

welke personen tot lid kunnen worden benoemd en

de zittingsduur van de leden;

 

3.            De in het tweede lid bedoelde regeling is zodanig dat de cliëntenraad:

a.             redelijkerwijze representatief kan worden geacht voor de cliënten en

b.            redelijkerwijze in staat kan worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen.

 

Lid 2 b heb ik verplaatst.

3

2. De instelling regelt na overleg met de cliëntenraad of, indien er geen cliëntenraad is ingesteld of deze niet functioneert, na overleg met een representatief te achten delegatie van cliënten of hun vertegenwoordigers dan wel met een representatief te achten organisatie van cliënten, in een medezeggenschapsregeling schriftelijk:

het aantal leden van een cliëntenraad,

de wijze van benoeming en ontslag,

 welke personen tot lid kunnen worden benoemd en

de zittingsduur van de leden.

 

Deze regeling is zodanig dat een cliëntenraad redelijkerwijze representatief kan worden geacht voor de betrokken cliënten en redelijkerwijze in staat kan worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen.

 

2

Lid 4 heb ik verplaatst

3

3. In de medezeggenschapsregeling wordt tevens geregeld op welke wijze een cliëntenraad wordt betrokken bij de voorbereiding van een besluit inzake:

a. een wijziging van de doelstelling of de grondslag van de instelling;

b. een fusie of duurzame samenwerking waarbij de instelling is betrokken;

c. een overdracht van de zeggenschap over de zorg of een onderdeel daarvan;

d. een ingrijpende verbouwing, nieuwbouw of verhuizing van een instelling waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven, en

e. de selectie en benoeming van personen die leiding geven aan degenen die zorg  verlenen aan cliënten, indien het een instelling betreft waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven.

2

Lid 5 heb ik verplaatst

3

4. Onverminderd het eerste lid kan een instelling meerdere cliëntenraden instellen. Een instelling waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven of die bij cliënten thuis zorg laat verlenen, is hiertoe op verzoek van een representatief te achten delegatie van cliënten of hun vertegenwoordigers verplicht indien dit gelet op de locaties waar de zorg wordt verleend, de verschillende vormen van zorg die worden verleend of de verschillende cliëntgroepen waaraan de zorg wordt verleend redelijkerwijs van haar kan worden verlangd.

 

 

3

5. Er kan een centrale cliëntenraad worden ingesteld. Een centrale cliëntenraad is een cliëntenraad in de zin van deze wet.

 

 

3

6. Indien meerdere cliëntenraden worden ingesteld, worden de taken en bevoegdheden van iedere cliëntenraad in een medezeggenschapsregeling geregeld. Daarbij kan de in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, geregelde bevoegdheid van een cliëntenraad om in te stemmen met de medezeggenschapsregeling niet aan een andere cliëntenraad worden overgedragen.

 

 

 

3

7. In de medezeggenschapsregeling wordt geregeld hoe wordt bewerkstelligd dat de voor het vervullen van de taak van de cliëntenraad benodigde informatie wordt verstrekt op een zodanige wijze dat deze voor de cliëntenraad begrijpelijk is.

 

 

3

8. De instelling stelt de cliëntenraad in de gelegenheid om een vacature voor die raad op een daarvoor geschikte wijze onder de aandacht te brengen van de cliënten en hun vertegenwoordigers en helpt hem daar desgevraagd bij.

 

 

3

9. De instelling brengt de medezeggenschapsregeling, alsmede een wijziging daarvan, op een daarvoor geschikte wijze onder de aandacht van de cliënten en hun vertegenwoordigers.

2

6.            Na vaststelling van de in het tweede lid bedoelde regeling treft de zorgaanbieder de voorzieningen die op grond van die regeling noodzakelijk zijn voor de benoeming van de leden van de cliëntenraad. De zorgaanbieder treft de bedoelde voorzieningen opnieuw telkens wanneer de cliëntenraad gedurende twee jaren niet heeft gefunctioneerd wegens het ontbreken van het in de regeling vastgestelde aantal leden.

 

 

 

 

4

1. Indien bij een instelling niet langer in de regel door meer dan tien personen zorg wordt verleend, deelt de instelling aan de cliëntenraad, de cliënten en hun vertegenwoordigers schriftelijk of elektronisch mede of hij de cliëntenraad vrijwillig in stand zal houden dan wel de cliëntenraad zal ontbinden. In het geval van ontbinding, houdt de instelling de cliëntenraad in stand gedurende ten minste drie maanden na de in de eerste volzin bedoelde mededeling.

 

 

4

2. Het bepaalde in de artikelen 3, 5 tot en met 9 en 11 tot en met 14 is van overeenkomstige toepassing zodra een instelling schriftelijk of elektronisch onder de aandacht van de cliëntenraad, de cliënten en hun vertegenwoordigers heeft gebracht dat hij vrijwillig een cliëntenraad in stand houdt. 

 

 

4

3. De instelling kan een vrijwillig in stand gehouden cliëntenraad op grond van een belangrijke wijziging van de omstandigheden ontbinden.

 

 

4

4. Artikel 12, tweede tot en met vijfde lid, is van toepassing op een voornemen om een cliëntenraad wegens toepasselijkheid van het eerste of derde lid te ontbinden.

 

 

4

5. De instelling brengt het besluit tot ontbinding van een vrijwillig in stand gehouden cliëntenraad schriftelijk of elektronisch onder de aandacht van de cliëntenraad, de cliënten en hun vertegenwoordigers.

 

 

4

6. Indien een instelling een cliëntenraad heeft ingesteld hoewel zij daartoe gezien het aantal zorgverleners dat in de regel bij haar werkzaam is niet verplicht is, is het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

2

4.            De cliëntenraad regelt schriftelijk zijn werkwijze met inbegrip van zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte.

5

1. De cliëntenraad regelt zijn werkwijze, met inbegrip van zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte, in een huishoudelijk reglement.

 

 

5

2. De instelling verleent de cliëntenraad desgevraagd hulp bij:
a. het inventariseren van de wensen en meningen van de betrokken cliënten en hun vertegenwoordigers, en
b. het informeren van de betrokken cliënten en hun vertegenwoordigers over de werkzaamheden van de cliëntenraad en de resultaten daarvan.

 

 

5

3. De cliëntenraad betrekt bij zijn werkzaamheden de resultaten van inspraak als bedoeld in artikel 2.

5

De zorgaanbieder verstrekt de cliëntenraad tijdig en, desgevraagd, schriftelijk alle inlichtingen en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

2.            De zorgaanbieder verstrekt de cliëntenraad voorts ten minste eenmaal per jaar mondeling of schriftelijk algemene gegevens omtrent het beleid dat in het verstreken tijdvak is gevoerd en in het komende jaar zal worden gevoerd.

6

1. De instelling verstrekt de cliëntenraad tijdig en desgevraagd schriftelijk alle inlichtingen en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. De instelling verstrekt de cliëntenraad voorts ten minste eenmaal per jaar mondeling of schriftelijk algemene gegevens omtrent het beleid dat in het verstreken tijdvak is gevoerd en in het komende jaar zal worden gevoerd.

2

2.            De zorgaanbieder regelt schriftelijk:

 

b.            de materiële middelen van de instelling, waarover de cliëntenraad ten behoeve van zijn werkzaamheden kan beschikken.

6

2. De instelling staat een cliëntenraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover zij beschikt en die de cliëntenraad voor de vervulling van zijn werkzaamheden redelijkerwijs nodig heeft.

 

 

6

3. De kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de werkzaamheden van de cliëntenraad, waaronder de kosten die verband houden met scholing, onafhankelijke ondersteuning en het voorleggen van een geschil aan een commissie van vertrouwenslieden, komen ten laste van de instelling.

 

 

6

4. De instelling kan in overeenstemming met een cliëntenraad de kosten die de cliëntenraad in enig jaar zal maken, vaststellen op een bepaald bedrag dat de cliëntenraad naar eigen inzicht kan besteden. Kosten, anders dan de kosten voor het voeren van rechtsgedingen, waardoor het in de eerste volzin bedoelde bedrag zou worden overschreden, komen slechts ten laste van de instelling voor zover zij in het dragen daarvan toestemt.

2

5.            De kosten van het voeren van rechtsgedingen door de cliëntenraad, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, komen slechts ten laste van de zorgaanbieder indien deze van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.

6

5. Kosten die een cliëntenraad maakt voor het voeren van rechtsgedingen over de toepassing van deze wet alsmede kosten verbonden aan het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 11 en 13, vijfde lid, komen ten laste van de instelling indien deze er vooraf van in kennis is gesteld dat dergelijke kosten zullen worden gemaakt.

3

1.            De zorgaanbieder stelt de cliëntenraad in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit dat de instelling betreft, inzake:

a.             een wijziging van de doelstelling of de grondslag;

b.            het overdragen van de zeggenschap of het aangaan van een concentratie als omschreven in de Mededingingswet of het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere instelling;

c.             de gehele of een gedeeltelijke opheffing van de instelling, verhuizing of ingrijpende verbouwing;

 

 

d.            een belangrijke wijziging in de organisatie;

e.            een belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden;

f.             het benoemen van personen die rechtstreeks de hoogste zeggenschap zullen uitoefenen bij de leiding van arbeid in de instelling;

g.             de begroting en de jaarrekening;

h.            het algemeen beleid inzake de toelating van cliënten en de beëindiging van deze zorgverlening aan cliënten;

 

i.              voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemeen beleid op het gebied van de veiligheid, de gezondheid of de hygiëne en de geestelijke verzorging van, maatschappelijke bijstand aan en recreatiemogelijkheden en ontspanningsactiviteiten voor cliënten;

j.              de systematische bewaking, beheersing of verbetering van de kwaliteit van de aan cliënten te verlenen zorg;

k.             de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten van cliënten;

l.              wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en de vaststelling of wijziging van andere voor cliënten geldende regelingen;

m.           het belasten van personen met de leiding van een onderdeel van de instelling, waarin gedurende het etmaal zorg wordt verleend aan cliënten die in de regel langdurig in die instelling verblijven.

 

7

  1. De instelling stelt de cliëntenraad in de gelegenheid advies uit te brengen over elk door haar voorgenomen besluit inzake:

 

a. een wijziging van de doelstelling of de grondslag van de instelling;

b. een fusie of duurzame samenwerking waarbij de instelling is betrokken;

c. een overdracht van de zeggenschap over de zorg of een onderdeel daarvan;

d. een gehele of gedeeltelijke beëindiging dan wel een belangrijke uitbreiding van de zorgverlening;

e. een belangrijke wijziging in de organisatie van de zorgverlening;

 f. een profielschets voor de benoeming van de leden van het toezichthoudend orgaan en de leden van het bestuur van de instelling;

 

g. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening van de instelling;

h. het algemene huisvestingsbeleid van een instelling waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven, alsmede een ingrijpende verbouwing, nieuwbouw of verhuizing van een instelling waarin deze cliënten verblijven;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

i. de selectie en benoeming van personen die leiding geven aan degenen die zorg verlenen aan cliënten, indien het een instelling betreft waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven, en

j. de selectie en benoeming van personen die de cliëntenraad de onafhankelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 6, derde lid, zullen verlenen.

 

 

7

2. Indien de instelling meerdere cliëntenraden heeft, geldt het eerste lid slechts voor die cliëntenraad of cliëntenraden, die ingevolge de medezeggenschapsregeling bevoegd zijn advies over het desbetreffende onderwerp uit te brengen.

3

2.            Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

7

3. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat de cliëntenraad redelijkerwijs genoeg tijd heeft zich een goed oordeel ter zake te vormen en dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

 

 

7

4. De instelling neemt geen van een schriftelijk door de cliëntenraad uitgebracht advies afwijkend besluit dan nadat daarover, voor zover dat redelijkerwijze mogelijk is, ten minste eenmaal met de cliëntenraad overleg is gepleegd.

4

3.            De zorgaanbieder doet van een besluit inzake een onderwerp waarover de cliëntenraad schriftelijk advies heeft uitgebracht, schriftelijk, en voor zover hij van het advies afwijkt onder opgave van redenen, mededeling aan de cliëntenraad.

7

5. De instelling doet van een besluit inzake een onderwerp waarover de cliëntenraad schriftelijk advies heeft uitgebracht, schriftelijk, en voor zover zij van het advies afwijkt onder opgave van redenen, mededeling aan de cliëntenraad.

4

1.            De zorgaanbieder neemt geen van een schriftelijk door de cliëntenraad uitgebracht advies afwijkend besluit dan nadat daarover, voor zover dat redelijkerwijze mogelijk is, ten minste eenmaal met de cliëntenraad overleg is gepleegd.

 

8

 

4

2.            Ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder i tot en met m, neemt de zorgaanbieder, behoudens voor zover het besluit door de zorgaanbieder moet worden genomen krachtens een wettelijk voorschrift, geen van een door de cliëntenraad schriftelijk uitgebracht advies afwijkend besluit, tenzij de commissie, bedoeld in artikel 10, heeft vastgesteld dat de zorgaanbieder bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voornemen heeft kunnen komen.

 

8

1. De instelling behoeft de instemming van de cliëntenraad voor elk door haar voorgenomen besluit inzake:

a. de medezeggenschapsregeling, de regeling, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, alsmede andere voor cliënten geldende regelingen;

b. een profielschets voor het benoemen van personen als bedoeld in artikel 15 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;

c. de procedure voor het opstellen en bespreken van zorgplannen;

d. het algemene beleid ter zake van kwaliteit, veiligheid en hygiëne;

e. het algemene beleid ter zake van de toelating van cliënten tot de zorgverlening en beëindiging daarvan;

f. het algemene beleid ter zake van voedingsaangelegenheden, geestelijke verzorging, recreatiemogelijkheden of ontspanningsactiviteiten en maatschappelijke bijstand, indien het een instelling betreft waarin cliënten gedurende het etmaal kunnen verblijven;

g. een sociaal plan voor cliënten in geval van een ingrijpende verbouwing, nieuwbouw of verhuizing van een instelling waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven, en

h. de inrichting van voor de zorgverlening bestemde ruimtes bij ingrijpende verbouwing, nieuwbouw of verhuizing van een instelling waarin cliënten in de regel langer dan een half jaar verblijven.

4

Lid 3 naar boven verplaatst

8

2. Indien de instelling meerdere cliëntenraden heeft, geldt het eerste lid slechts voor die cliëntenraad of cliëntenraden, die ingevolge de medezeggenschapsregeling bevoegd zijn om met het desbetreffende voorgenomen besluit in te stemmen.

 

 

8

3. De instelling legt het te nemen besluit schriftelijk aan de cliëntenraad voor op een zodanig tijdstip dat de cliëntenraad redelijkerwijs genoeg tijd heeft zich een goed oordeel ter zake te vormen.

 

 

 

8

4. De cliëntenraad deelt zijn beslissing zo spoedig mogelijk schriftelijk, in geval van het onthouden van de instemming met redenen omkleed, aan de instelling mee.

 

 

8

5. Zo spoedig mogelijk na het ontvangen van de beslissing van de cliëntenraad geeft de instelling daar een reactie op.

 

 

8

6. Indien de instelling voor het voorgenomen besluit geen instemming van de cliëntenraad heeft verkregen, kan zij de commissie van vertrouwenslieden toestemming vragen om het besluit te nemen. De commissie geeft slechts toestemming indien:

a. de beslissing van de cliëntenraad om geen instemming te geven onredelijk is, of

b. het voorgenomen besluit van de instelling gevergd wordt om zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

4

4.            Een besluit van de zorgaanbieder, genomen in strijd met het tweede lid, is nietig, indien de cliëntenraad tegenover de zorgaanbieder schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De cliëntenraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat de zorgaanbieder hem zijn besluit heeft medegedeeld dan wel, bij gebreke van deze mededeling, de cliëntenraad is gebleken dat de zorgaanbieder uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.

 

8

7. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, genomen zonder de instemming van de cliëntenraad of de toestemming van de commissie van vertrouwenslieden is nietig indien de cliëntenraad tegenover de instelling schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De cliëntenraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat de instelling hem haar besluit heeft medegedeeld dan wel, bij gebreke van deze mededeling, de cliëntenraad is gebleken dat de instelling uitvoering of toepassing geeft aan haar besluit. onder

 

 

8

8. Indien de medezeggenschapsregeling wordt vastgesteld of gewijzigd en er geen cliëntenraad is ingesteld of functioneert, behoeft de instelling voor het besluit tot vaststelling of wijziging van de medezeggenschapsregeling de instemming van een representatief te achten delegatie van cliënten of hun vertegenwoordigers dan wel van een representatief te achten organisatie van cliënten. De betrokken delegatie of organisatie wordt in dat geval voor de toepassing van het derde tot en met zevende lid, en artikel 13, eerste, derde tot en met vijfde, en zevende lid, aangemerkt als cliëntenraad, voor zover het besluiten betreft omtrent de medezeggenschapsregeling.

3

3.            De cliëntenraad is bevoegd de zorgaanbieder ook ongevraagd te adviseren inzake de in het eerste lid genoemde en andere onderwerpen, die voor de cliënten van belang zijn

9

1. De cliëntenraad is bevoegd de instelling ongevraagd te adviseren over onderwerpen die voor de cliënten van belang zijn.

 

 

 

9

2. De instelling besluit zo spoedig mogelijk of zij een ongevraagd advies zal volgen. Indien zij voornemens is een van een schriftelijk advies afwijkend besluit te nemen, overlegt zij daarover, voor zover dat redelijkerwijze mogelijk is, ten minste eenmaal met de cliëntenraad.

 

 

9

3. De instelling doet van een besluit inzake een onderwerp waarover de cliëntenraad schriftelijk advies heeft uitgebracht, schriftelijk, en voor zover zij van het advies afwijkt en de cliëntenraad daar niet mee heeft ingestemd, onder opgave van redenen, mededeling aan de cliëntenraad. 

 

 

9

4. Indien de instelling zonder dat de cliëntenraad daar mee heeft ingestemd een ongevraagd schriftelijk advies over een onderwerp als bedoeld in artikel 8, eerste lid, niet of niet geheel wenst uit te voeren, kan:

a. de instelling de commissie van vertrouwenslieden daar toestemming voor vragen, of

b. de cliëntenraad de commissie van vertrouwenslieden vragen uit te spreken dat het advies dient te worden uitgevoerd.

 

 

9

5. Die commissie geeft de toestemming, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, dan wel weigert het verzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, indien de voorgenomen weigering van de instelling om het advies geheel te volgen, redelijk is. Tenzij de commissie van mening is dat het advies in het geheel niet gevolgd hoeft te worden, bepaalt zij tevens welk deel van het advies uitgevoerd dienen te worden en wanneer daarmee een aanvang moet zijn gemaakt.

6

1.            De zorgaanbieder kan aan de cliëntenraad schriftelijk verder gaande bevoegdheden dan de in deze wet genoemde toekennen. Een zodanig besluit wordt schriftelijk aan de cliëntenraad medegedeeld

 

 

 

2.            De zorgaanbieder stelt de cliëntenraad in de gelegenheid advies uit te brengen over een voornemen een besluit te nemen als bedoeld in het eerste lid en over het voornemen een zodanig besluit te wijzigen. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing

 

 

7

1.            Indien de zorgaanbieder een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voorzien de statuten in een regeling die waarborgt dat de cliënten invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van het bestuur. De bedoelde regeling houdt ten minste in dat één bestuurslid wordt benoemd op bindende voordracht van de cliëntenraad of cliëntenraden, tenzij deze van de mogelijkheid een voordracht te doen, geen gebruik heeft onderscheidenlijk hebben gemaakt.

2.            Het eerste lid is niet van toepassing indien het bestuur van een zorgaanbieder bestaat uit één of meer personen die deze functie uitoefent of uitoefenen op grond van een arbeidsrelatie waaraan een geldelijke beloning is verbonden. In dat geval is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de samenstelling van het orgaan dat is belast met het toezicht op of goedkeuring van besluiten van het bestuur.

10

Een instelling legt in haar statuten of, indien zij geen rechtspersoon is, anderszins schriftelijk vast dat de cliëntenraad in de gelegenheid wordt gesteld om een bindende voordracht te doen voor de benoeming van ten minste één lid van het toezichthoudende orgaan van de instelling.

 

 

11

1. De cliëntenraad van een instelling die een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, kan een verzoek in het kader van het recht van enquête, bedoeld in afdeling 2 van titel 8 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indienen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.

 

 

11

2. De artikelen 345 en 348 tot en met 359 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.

 

 

11

3. De cliëntenraad die een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, kan niet worden veroordeeld in de proceskosten voor de behandeling van dat verzoek.

 

 

12

1. Behalve in het geval, bedoeld in artikel 4, eerste of derde lid, kan de instelling

een cliëntenraad slechts ontbinden indien deze structureel tekortschiet in de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten wier belangen hij dient te behartigen.

 

 

12

2. Het voornemen om een cliëntenraad te ontbinden behoeft de instemming van die cliëntenraad.

 

 

12

3. De instelling legt het voornemen om de cliëntenraad te ontbinden schriftelijk onder vermelding van de redenen daarvoor aan de cliëntenraad voor op een zodanig tijdstip dat deze raad redelijkerwijs genoeg tijd heeft om zich een goed oordeel ter zake te vormen.

 

 

12

4. Artikel 8, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing op een schriftelijk verzoek tot ontbinding van de cliëntenraad.

 

 

 

12

5. Indien de cliëntenraad zijn instemming aan het voornemen tot ontbinding onthoudt dan wel zich niet houdt aan de verplichting, bedoeld in artikel 8, vierde lid, kan de commissie van vertrouwenslieden op verzoek van de instelling toestemming tot ontbinding van de cliëntenraad verlenen.

 

 

12

6. Indien een representatief te achten delegatie van cliënten of hun vertegenwoordigers van mening is dat de cliëntenraad ontbonden dient te worden en de instelling en de cliëntenraad weigeren daaraan hun medewerking te verlenen, kan de commissie van vertrouwenslieden op verzoek van deze delegatie uitspreken dat de instelling de cliëntenraad dient te ontbinden.

 

 

12

7. De commissie van vertrouwenslieden geeft de toestemming, bedoeld in het vijfde en zesde lid, slechts indien sprake is van de situatie, bedoeld in het eerste lid, en er redelijkerwijs geen andere oplossing is dan ontbinding van de cliëntenraad.

8

De zorgaanbieder stelt jaarlijks een schriftelijk verslag op over de wijze waarop ten aanzien van de instelling deze wet is toegepast.

 

 

9

1.            De zorgaanbieder maakt binnen tien dagen na vaststelling openbaar:

a.             het jaarverslag;

b.            op schrift gestelde uitgangspunten voor het beleid, waaronder begrepen de algemene criteria, welke bij de zorgverlening worden gehanteerd;

c.             de notulen en de besluitenlijst van de vergaderingen van het bestuur, voor zover deze algemene beleidszaken betreffen;

d.            een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten en andere voor cliënten geldende regelingen, alsmede een regeling als bedoeld in artikel 2, tweede lid;

e.            het verslag, bedoeld in artikel 8.

 

2.            De openbaarmaking geschiedt door de stukken voor cliënten ter inzage te leggen en hen op verzoek daarvan afschriften te verstrekken.

3.            Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan op de in de instelling voor het doen van mededelingen aan cliënten gebruikelijke wijze.

4.            Voor het op verzoek verstrekken van afschriften kan een tarief in rekening worden gebracht, ten hoogste gelijk aan de kostprijs, tenzij ten aanzien van de instelling de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing is.

 

 

 

10

1.            De zorgaanbieder stelt in overeenstemming met de cliëntenraad of cliëntenraden een uit drie leden bestaande commissie van vertrouwenslieden in, waarvan een lid door hem wordt aangewezen, een lid door de cliëntenraad of cliëntenraden kan worden aangewezen en een lid door de beide andere leden wordt aangewezen, of wijst een door een of meer cliëntenorganisaties en een of meer organisaties van zorgaanbieders ingestelde commissie van vertrouwenslieden aan,

13

1. De instelling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, stelt in overeenstemming met de cliëntenraad of cliëntenraden een uit drie leden bestaande commissie van vertrouwenslieden in, waarvan een lid door haar wordt aangewezen, een lid door de cliëntenraad of cliëntenraden kan worden aangewezen en een lid door de beide andere leden wordt aangewezen, of wijst een door een of meer cliëntenorganisaties en een of meer organisaties van instellingen ingestelde commissie van vertrouwenslieden aan.

 

 

13

2. De commissie van vertrouwenslieden heeft tot taak te bemiddelen en zo nodig een uitspraak te doen.

 

die tot taak heeft te bemiddelen en zonodig een bindende uitspraak te doen:

a.             op verzoek van de cliëntenraad, in geschillen met de zorgaanbieder over de uitvoering van de artikelen 3, 4, eerste en derde lid, 5, eerste lid, en 9;

b.            op verzoek van de zorgaanbieder, indien deze ten aanzien van een onderwerp, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder i tot en met m, waarover door de cliëntenraad een schriftelijk advies is uitgebracht, een van dat advies afwijkend besluit wenst te nemen.

 

13

3. De commissie van vertrouwenslieden waarborgt dat:

a. een instelling of een cliëntenraad aan de commissie een geschil kan voorleggen over de uitvoering van de artikelen 3, tweede tot en met negende lid, 4, tweede en derde lid, 5, tweede lid, 6, 7, 8, eerste tot en met vijfde, en achtste lid, 9, tweede en derde lid, en 12, eerste tot en met vierde lid, alsmede over de uitvoering van de medezeggenschapsregeling;

b. een instelling aan de commissie kan verzoeken een beslissing te nemen als bedoeld in artikel 8, zesde lid, 9, vierde lid, of 12, vijfde lid;

c. een cliëntenraad aan de commissie kan verzoeken een beslissing te nemen als bedoeld in artikel 9, vierde lid, en

d. een representatief te achten delegatie van cliënten of hun vertegenwoordigers aan de commissie kan verzoeken een beslissing te nemen als bedoeld in artikel 12, zesde lid.

 

2.            De cliëntenraad en iedere cliënt van de instelling kunnen de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de zorgaanbieder is gelegen schriftelijk verzoeken de zorgaanbieder te bevelen de artikelen 2, 5, tweede lid, 7 en 8 en het eerste lid van dit artikel na te leven. Een verzoeker die niet vooraf schriftelijk aan de zorgaanbieder heeft verzocht te handelen overeenkomstig hetgeen in het verzoekschrift is verzocht en deze daarbij niet een redelijke termijn heeft gegeven om aan dat verzoek te voldoen, wordt niet-ontvankelijk verklaard.

13

4. Van een uitspraak of een beslissing van de commissie van vertrouwenslieden kan binnen drie maanden na de dagtekening van die uitspraak of die beslissing in beroep worden gekomen bij de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de instelling is gelegen.

 

 

13

5. Nadat de termijn, bedoeld in het vierde lid, ongebruikt verlopen is, kan de cliëntenraad de kantonrechter, bedoeld in het vierde lid, schriftelijk verzoeken de instelling te bevelen een uitspraak van de commissie van vertrouwenslieden na te leven. Een verzoeker die niet vooraf schriftelijk aan de instelling heeft verzocht te handelen overeenkomstig hetgeen in het verzoekschrift is verzocht en deze daarbij niet een redelijke termijn heeft gegeven om aan dat verzoek te voldoen, wordt niet-ontvankelijk verklaard.

 

3.            De kantonrechter kan in zijn beschikking aan de zorgaanbieder de verplichting opleggen bepaalde handelingen te verrichten of na te laten.

13

6. De kantonrechter kan in zijn beschikking aan de instelling de verplichting opleggen bepaalde handelingen te verrichten of na te laten.

 

4.            De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

13

7. In rechtsgedingen als bedoeld in het vierde of vijfde lid kan de cliëntenraad niet in de proceskosten worden veroordeeld.

 

 

14

1. De ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid zijn belast met het toezicht op de naleving van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 10 en 13, eerste lid. Zij rapporteren daarover aan Onze Minister.

 

 

14

2. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde in de artikelen, genoemd in het eerste lid.

 

 

14

3. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.

 
  Snelle links       Contactgegevens  
  Even voorstellen
Training & Coaching
Ondersteuning
Actualiteit
Contact
  Zeggenschap.nu
werkt voor cliëntenraden
én voor zorgaanbieders.
  ZEGGENSCHAP.NU
Wim Eggens
T: 06 511 30 518
E: w.eggens@zeggenschap.nu